Diagnose

Mijn weg naar de diagnose

Het eerste vermoeden of een persoon een vorm van interstitieel longlijden heeft, is gebaseerd op de klachten. Het is erg moeilijk om een juiste diagnose te stellen bij deze aandoeningen omdat de klachten en tekens erg weinig verschillen. Daarom is het belangrijk dat men secuur en systematisch te werk gaat. De belangrijkste elementen die noodzakelijk zijn voor de diagnose worden hier beschreven.

A. Een zeer gedetailleerde ondervraging van de patiënt

Een zorgvuldige ondervraging is heel erg belangrijk. Er wordt speciale aandacht besteed aan de klachten van kortademigheid en de inspanningen die de patiënt nog kan. Er wordt gevraagd naar de actuele en de vroegere mogelijke blootstellingen aan bepaalde stoffen, gassen en dampen, de hobby’s, de beroepsactiviteiten, het contact met (huis)dieren, de medicatie inname, de rookgewoonten enz. Bij navraag van de familiale voorgeschiedenis kan men erfelijke stoornissen uitsluiten. Verder wordt er gepeild of er tekens zijn van onderliggende systeemziekten. Belangrijk om weten is dat de vorming van longfibrose soms jaren na de blootstelling kan ontdekt worden!

B. Het lichamelijk onderzoek

De longarts voert een uitgebreid lichamelijk onderzoek uit. Een van de testen daarbij is met een stethoscoop luisteren naar de longen. De aanwezigheid van crepitaties, een fijn krakend geluid (zoals bij het openen van een velcro-sluiting) kan wijzen op de aanwezigheid van deze aandoeningen. Hij heeft ook aandacht voor het ademhalingsritme en voert verder een algemeen lichamelijk onderzoek uit teneinde andere aandoeningen uit te sluiten, of onderliggende systeemziekten aan te tonen.

C. Bloedtesten

Er gebeurt een uitgebreide analyse van het bloed van de patiënt, omdat bepaalde bloedtesten een aanwijzing geven voor een bepaalde ziekte als oorzaak van de longfibrose, zoals bv. bij reumatoïde artritis, of systeem sclerose.

D. Beeldvorming

Een RX thorax, of röntgenfoto van de longen is één van de belangrijkste routineonderzoeken bij interstitieel longlijden en longfibrose. Vaak zijn er afwijkingen te zien en dit voornamelijk in de onderste delen van de longen, doch in een vroegtijdig stadium kan dit volledig normaal zijn. De voorbije jaren heeft de hoge resolutie CT scan (HRCT) van de borstkas een zeer belangrijke plaats veroverd in het bepalen van het type longfibrose, alsook om de evolutie van de aandoening in kaart te brengen. Gedurende het onderzoek ligt de patiënt in een soort grote “buis” die het mogelijk maakt om vanuit verschillende posities rondom de patiënt röntgenstralen uit te zenden. Via de computer wordt de informatie verwerkt en zo worden beelden verkregen. Het resultaat van de scan geeft de arts een duidelijk beeld van wat er gebeurt in het weefsel van de longen.

E. Longfunctietesten

Deze testen geven de arts een duidelijk beeld over de werking van de longen. Bij zulke testen wordt er aan de patiënt gevraagd om via een mondstuk in en uit te ademen. Op de neus van de patiënt wordt een klem gezet om te voorkomen dat hij/zij via de neus ademt. De hoeveelheid lucht die de patiënt gedurende een bepaalde periode in- en uitademt en de snelheid ervan, wordt dan gemeten door het longfunctieapparaat. Bij longfibrose zien we dat de totale hoeveelheid lucht die de patiënt kan uitademen verminderd is. Tevens kan ook de opname van zuurstof gemeten worden (= diffusie capaciteit), deze is ook duidelijk verminderd bij patiënten met longfibrose.

F. Bronchoscopie en bronchoalveolaire lavage (=longspoeling)

Bij dit onderzoek kijkt de arts in de luchtwegen van de patiënt met behulp van een bronchoscoop. Dit kijkinstrument is een dunne flexibele slang met een lens of een kleine videocamera, men kan hiermee kleine stukjes longweefsel wegnemen. Bij de diagnose van longfibrose is het belangrijk dat er tijdens de bronchoscopie een longspoeling wordt uitgevoerd. Hierbij wordt er een hoeveelheid zoutwater via de bronchoscoop in de longen gebracht, waarna de ingebrachte vloeistof zoveel mogelijk wordt gerecupereerd. Dit spoelvocht wordt dan naar het labo gebracht voor een uitgebreid onderzoek. Een bronchoscopisch onderzoek lijkt op het eerste gezicht een vervelende ingreep, maar dankzij de huidige instrumenten en verdovingsmogelijkheden, verloopt het onderzoek meestal zonder dat de patiënt er al te veel last van ondervindt.

G. Longbiopsie (video geassisteerde thoracoscopische ingreep of VATS)

Wanneer men op basis van de vorige onderzoeken de diagnose niet kan stellen kan men beslissen over te gaan tot het uitvoeren van chirurgische longbiopsie. Tijdens de operatie worden door de chirurg kleine stukjes longweefsel uit de long genomen en door een anatomopatholoog onder de microscoop onderzocht. Via deze biopsie kan men de mate van ontsteking en fibrose in de longen bepalen, wat kan bijdragen tot de uiteindelijke diagnose. De beslissing om over te gaan tot een longbiopsie is erg moeilijk, hierbij moet de arts afwegen of de waarde van de bijkomende informatie opweegt tegen de risico’s van de procedure.

H. Multidisciplinaire bespreking

Gezien het extreem moeilijk is om een juiste diagnose te stellen bij longfibrose wordt zowel door de Europese, als door de Amerikaanse vereniging van long specialisten aangeraden dat de diagnose wordt gesteld op een formeel overleg tussen verschillende specialisten zoals longartsen, radiologen, anatomopathologen en arbeidsgeneesheren met speciale interesse in interstitieel longlijden. Op deze vergadering worden alle resultaten van ondervraging, klinisch onderzoek, longfunctie testen, bronchoscopie met lavage, radiologie en eventueel longbiopsie besproken. Het is bewezen dat enkel deze manier van werken de artsen in staat stelt om een zo juist mogelijke diagnose te stellen, daarenboven kan er ook over de beste behandeling voor deze specifieke patient gediscussieerd worden.